Minerale filters (zinkoxide en titaniumdioxide) en "chemische", oftewel organische, filters doen hetzelfde werk: ze verminderen de hoeveelheid ultraviolet licht die uw huid bereikt. In de EU is elk filter, mineraal of organisch, alleen toegestaan als het op de officiële lijst van de cosmeticaverordening staat, met vaste grenswaarden. De keuze tussen beide gaat vooral over textuur, uiterlijk en hoe uw eigen huid reageert, en de hoeveelheid die u smeert, telt zwaarder dan het soort filter.
Wat zijn minerale en chemische filters?
- Minerale (anorganische) filters: zinkoxide en titaniumdioxide. Het zijn fijne poeders die op het huidoppervlak blijven.
- Organische ("chemische") filters: moleculen zoals octocrylene, avobenzone (butyl methoxydibenzoylmethane) en veel nieuwere. Meestal worden er meerdere gecombineerd, zodat ze samen het hele UV-bereik dekken.
U hoort vaak dat minerale filters de zon "weerkaatsen" als een spiegel en chemische filters haar "absorberen". In werkelijkheid mat een studie uit 2016 (Cole en collega's) dat zinkoxide en titaniumdioxide maar ongeveer 4–5% van het UV-licht weerkaatsen. Ook bij hen komt de meeste bescherming van absorptie. De tweedeling "fysisch tegenover chemisch" gaat dus meer over namen dan over hoe ze werken.
Wat betekent het SPF-getal?
De SPF (zonbeschermingsfactor) meet de bescherming tegen UVB, het deel van het zonlicht dat vooral verantwoordelijk is voor verbranding. Aanbeveling 2006/647/EG van de Europese Commissie deelt zonnebrandmiddelen in categorieën in die op het etiket horen te staan:
- Lage bescherming: SPF 6 en 10
- Gemiddelde bescherming: SPF 15, 20 en 25
- Hoge bescherming: SPF 30 en 50
- Zeer hoge bescherming: 50+
Dezelfde aanbeveling vraagt dat elk zonnebrandmiddel ook tegen UVA beschermt, met een UVA-beschermingsfactor van minstens een derde van de SPF. Producten die daaraan voldoen, dragen meestal het logo "UVA" in een cirkel. Let daarop, welk soort filter u ook kiest.
Welk type is veiliger?
Het eerlijke antwoord: de EU noemt het ene type niet "veiliger" dan het andere. Elk filter wordt afzonderlijk beoordeeld door het Wetenschappelijk Comité voor consumentenveiligheid (WCCV, in het Engels SCCS) en is alleen toegestaan tot een maximale concentratie, volgens Verordening (EG) nr. 1223/2009 betreffende cosmetische producten. Twee voorbeelden laten zien dat de lijst steeds opnieuw wordt bekeken:
- In 2022 verlaagde Verordening (EU) 2022/1176 de toegestane grenzen voor twee organische filters, benzophenone-3 en octocrylene, na een nieuwe beoordeling door het WCCV. Producten op de markt moeten sinds 2023 aan de nieuwe grenzen voldoen.
- Minerale filters in nanovorm zijn toegestaan in crèmes en lotions, maar niet in producten die kunnen worden ingeademd, zoals sprays. In de ingrediëntenlijst staan ze vermeld als "(nano)".
Is uw huid gevoelig of reageert ze op een bepaald organisch filter, dan is een mineraal zonnebrandmiddel een verstandig alternatief. Hebt u een specifieke allergie, dan kan uw dermatoloog u vertellen wat u beter vermijdt.
Waarom laten sommige zonnebrandmiddelen een witte waas achter?
Omdat zinkoxide- en titaniumdioxidepoeder wit zijn. Hoe groter de deeltjes, hoe zichtbaarder de waas. Daarom moet u veel minerale zonnebrandmiddelen wat langer inwrijven, of zijn ze er in getinte versies. Organische filters zijn meestal transparant en lichter van textuur.
Het praktische advies: het beste zonnebrandmiddel is het middel dat u prettig genoeg vindt om elke dag royaal te smeren.
Hoeveel moet ik smeren?
Hier zit het grootste probleem, en dat geldt voor elk zonnebrandmiddel. De SPF wordt in het laboratorium gemeten met 2 mg per vierkante centimeter huid. Volgens de aanbeveling van de Commissie betekent dat voor een gemiddelde volwassene ongeveer 36 gram voor het hele lichaam, zo'n zes theelepels lotion. De meesten van ons gebruiken veel minder. Dezelfde aanbeveling merkt op dat bij de helft van die hoeveelheid de bescherming met wel twee derde kan dalen.
Hoe vaak moet ik opnieuw smeren, en wat betekent "waterbestendig"?
- Smeer vaak opnieuw, vooral na zweten, zwemmen of afdrogen. De EU staat claims als "de hele dag bescherming zonder opnieuw te smeren" of "100% bescherming" ("sunblock") niet toe.
- "Waterbestendig" betekent volgens de aanbeveling van Cosmetics Europe dat een product na twee keer 20 minuten onderdompelen in een standaardtest nog minstens 50% van zijn bescherming heeft. "Zeer waterbestendig" betekent hetzelfde na vier keer 20 minuten. Geen van beide betekent dat u na het zwemmen niet opnieuw hoeft te smeren.
En zoals de aanbeveling van de Commissie op etiketten wil zien: blijf niet te lang in de zon, ook niet met zonnebrandmiddel, en houd baby's en jonge kinderen uit de directe zon.
Veelgestelde vragen
Beschermt een minerale SPF 30 minder dan een chemische SPF 30?
Nee, zolang beide met dezelfde methoden zijn getest. Het SPF-getal en het UVA-logo vertellen u de bescherming, niet het soort filter. In de praktijk komt het verschil van hoeveel u smeert en hoe vaak u opnieuw smeert.
Wat zijn nanodeeltjes in minerale zonnebrandmiddelen?
Dat zijn heel kleine deeltjes zinkoxide of titaniumdioxide die minder witte waas achterlaten. De EU staat ze toe in crèmes en lotions, maar niet in sprays die kunnen worden ingeademd, en ze moeten in de ingrediëntenlijst als "(nano)" zijn vermeld.
Heb ik in de winter zonnebrandmiddel nodig?
UV is in de winter zwakker, maar verdwijnt niet. De Wereldgezondheidsorganisatie raadt zonbescherming aan zodra de UV-index 3 of hoger is. Kijk in het weerbericht naar de UV-index van de dag om te beslissen.
Bronnen: Aanbeveling 2006/647/EG van de Commissie over de werkzaamheid van zonnebrandmiddelen, Verordening (EG) nr. 1223/2009 betreffende cosmetische producten (bijlage VI, UV-filters), Verordening (EU) 2022/1176 van de Commissie (benzophenone-3 en octocrylene), Cosmetics Europe, Recommendation No. 16 on water resistance labelling (herzien 2023, ISO 16217:2020 en ISO 18861:2020), Cole C, Shyr T, Ou-Yang H, Metal oxide sunscreens protect skin by absorption, not by reflection or scattering, Photodermatology, Photoimmunology & Photomedicine 2016, 32(1):5–10, World Health Organization, Radiation: The ultraviolet (UV) index.
